Raoul Hynckes

De ontwikkeling van het oeuvre van Raoul Hynckes is interessant van opbouw. De vroege Hynckes schilderde impressionistische havengezichten en landschappen.
In de jaren twintig zweert de schilder deze stijl af en begint aan zijn realistische periode. Zelf zegt hij: "Ik vind de werkelijkheid volmaakt. Ik wil heldere en klare gedachten schilderen. Ik trek mijn plan, dwars tegenover de impressionisten, niet het toeval, niet de gemoedsgesteldheid, niet de belichting."

 

Zijn schilderstijl doet denken aan het kubisme van Picasso en Juan Gris: hij creëert bewust geen diepte. Dit doet hij door de voorwerpen een vooraanzicht en de tafel waar de voorwerpen op staan een bovenaanzicht te geven. Zo kijkt men op twee manieren tegelijk naar de voorstelling.
De voorwerpen zijn echter vrij gedetailleerd weergegeven en zijn stillevens blijven realistischer dan het 'echte' kubistische werk. In de loop van de jaren twintig krijgt Hynckes meer aandacht voor stofuitdrukking. Hij bestudeert de oude schildertechnieken en ontwikkelt een zeer eigen stijl met elementen die herinneren aan het 17de -eeuwse vanitas-stilleven: het thema 'de dood en vergankelijkheid' komt vaak voor in zijn werk. Schedels, dode hazen en vogels zijn naast lege flessen, muziekinstrumenten, bloemen en vruchten favoriete onderwerpen in zijn stillevens.

Eind jaren dertig veranderen zijn stillevens: de doodssymboliek verdwijnt geleidelijk en de voorwerpen worden steeds alledaagser. Na de Tweede Wereldoorlog gaat Hynckes naast zijn stillevens zelfs weer in de buitenlucht helder gekleurde landschappen en dorpsgezichten schilderen. In 1973, op bijna tachtigjarige leeftijd, overlijdt Hynckes in zijn woonplaats Blaricum.