Dick Ket

In 1902 wordt Dick Ket te Den Helder geboren met een aangeboren hartafwijking. In de jaren twintig woont hij in Hoorn, waar zijn interesse voor de tekenkunst wordt gewekt. Vervolgens verhuist de familie Ket naar Ede.
Hij studeert voor zijn tekenaktes aan de middelbare school voor kunstnijverheid van het genootschap Kunstoefening in Arnhem.
In 1929 bezoekt hij in Amsterdam de tentoonstelling Neue Sachlichkeit. Deze tentoonstelling maakt zo een grote indruk op hem dat hij besluit om een zelfde soort realisme te gaan schilderen. Het schilderij Stilleven met viool is het eerste werk dat hij in deze stijl maakt. Hij wordt lid van 'Arti et Amicitiae', waar hij kan exposeren.

 

Ket leeft een teruggetrokken bestaan bij zijn ouders in Bennekom. Zijn ziekte en zijn toenemende straatvrees weerhouden hem ervan het huis te verlaten. Het belangrijkste middel om zijn isolement te ontvluchten is de correspondentie die hij voert met onder andere Nel Schilt, zijn vroegere studiegenote en tevens verloofde en Johan Mekkink.
Na het experimenteren met het Expressionisme en andere moderne stromingen ontwikkelt Ket een geheel eigen stijl: een nieuwe vorm van realisme. Realistisch, omdat hij in de zichtbare werkelijkheid de bevestiging van zijn eigen levensfilosofie ziet. Nieuw, omdat kunst, zijns inziens, moet voldoen aan zijn tijd en de op dat moment spelende problemen aan de orde moet stellen.

Door zijn verslechterde gezondheid brengt hij zijn tijd voornamelijk in zijn atelier door. In de beslotenheid van het atelier schildert hij voorwerpen van zijn eigen 'mikrokosmos': voor hem een afspiegeling van de buitenwereld. Steeds terugkerende voorwerpen zijn: het stenen kommetje ('K Ben 'n Kom = Bennekom), de geëmailleerde waskom, de geblokte handdoek, apothekersflesjes en de reclameplaten van de Fransman Cassandre. Hij gebruikte deze affiches als voorbeeld bij het bepalen van de compositie en als tegenwicht van zijn realistische stijl. Met zijn precieze en perfectionistische realisme schildert hij zijn besloten omgeving en zichzelf op vele manieren. In totaal maakt hij een veertigtal zelfportretten. Het gaat hem hierbij vooral om een objectieve weergave van de werkelijkheid. Ket hield er een zeer persoonlijke levensopvatting op na. Kort samengevat ging hij uit van twee tegengestelde werelden: de wereld van het 'zijn' tegenover de wereld van het 'niet-zijn', die samen de samenhang van het leven bepaalden. Vanaf 1934 stelt hij steeds hogere eisen aan zijn techniek. Door het veelvuldig gebruiken van lijnolie en het experimenteren met nieuwe bindmiddelen is een aantal van zijn werken na vijftig jaar nog altijd niet droog. In totaal heeft hij honderdveertig schilderijen gemaakt.

Dick Ket overlijdt in 1940 te Bennekom.