Pyke Koch

In 1920 begon Koch aan een studie rechten aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. In 1927, vlak voor zijn doctoraalexamen, brak hij deze studie af en begon te schilderen.
In 1927 voltooide hij zijn eerste schilderij en een jaar later nam hij voor het eerst deel aan een expositie.
In de jaren die volgden experimenteerde Koch met verschillende vormen van realisme. Vooral de Duitse expressionistische film was een grote inspiratiebron voor Pyke. Na 1930 slopen de eerste surrealistische trekken in zijn werk. Zelf deelde Koch zijn werk in bij dat van de magisch realisten.
In 1931 zorgde vooral het schilderij "De Schiettent" voor zijn doorbraak. De grote mate van perfectie en technisch kunnen maakten grote indruk. Uiteraard was er ook kritiek op zijn werk. Velen hielden niet van zijn onderwerpen, die veelal de minder fraaie kant van de maatschappij behandelden.
Het grootste deel van zijn leven woonde Koch in Utrecht. Tot zijn vriendenkring behoorden onder andere Martinus Nijhoff, Cola Debrot en Jan Engelman.
Tussen de jaren 1932 en 1945 nam zijn productie af door gezondheidsproblemen.
Na zijn reizen naar Italië ging Koch zich steeds meer interesseren voor de kunst uit de renaissance. Vooral de schilders Mantegna en Piero della Francesca maakten grote indruk op hem.

 

Zijn 'Zelfportret met zwarte band' uit 1937, waarin hij zichzelf als nationaal-socialist zou hebben afgebeeld, werd niet door iedereen gewaardeerd. Koch had grote sympathie voor het fascisme maar dit liet, op een enkele uitzondering na, geen sporen na in zijn werk.

Na de oorlog werkte hij weer regelmatig en maakte hij werken als 'Nonnenglijbaan', 'Vrouw met dode vogel', 'De grote contorsioniste' (slangenmens) en 'Rustende slaapwandelaarster'. De thematiek van de werken uit deze tijd verschilde weinig met die van voor de oorlog. Kermisklanten en hoeren bevolkten zijn schilderijen. Daarnaast maakte hij van tijd tot tijd een stilleven en enkele portretten. De kleuren die Koch in deze periode gebruikte waren echter helderder.
In 1980 schilderde Koch zijn laatste grote schilderij 'De koorddanser III'.