Magisch Realisme

 

Hubert Lampo

Hubert Lampo werd geboren te Antwerpen op 1 september 1920 als zoon van een postbediende en een onderwijzeres. In 1938 behaalt hij het diploma van onderwijzer, in 1941 dat van geaggregeerd leraar. Tot 1944 geeft hij les. In datzelfde jaar wordt hij tewerkgesteld bij het Archief en Museum van het Vlaamse Cultuurleven te Antwerpen. Na zijn militaire dienst wordt hij journalist-kunstcriticus. Hij oefent dit beroep uit tot 1965. Hij speelde een actieve rol in de Vlaamse letterkundige wereld, o.m. als redactiesecretaris van het 'Nieuw Vlaams Tijdschrift'. Ondertussen werd hij in 1948 tevens rijksinspecteur van de Openbare Bibliotheken. Vanaf 1965 is hij hoofdinspecteur. In 1973 werd hij voorzitter van de Vereniging van Vlaamse letterkundigen en in 1979 lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. In 1989 werd hij vereerd met de titel van eredoctor aan de universiteit van Grenoble. Hubert Lampo huwde driemaal en woonde in Grobbendonk.
Hubert Lampo debuteerde met de roman 'Don Juan en de laatste nimf' (1942), gevolgd door 'Hélène Defraye' (1945) en 'De ruiter op de wolken' (1948). Deze werken zijn psychologische romans waarin misterieuze supra-rationele verbanden gesuggereerd worden, hetgeen zijn latere magisch-realistische strekking reeds doet vermoeden. In 'Triptiek van de onvervulde liefde' uit 1947 ontpopt Hubert Lampo zich dan ook naast Johan Daisne elementen en bepaalde interpretaties van de cultuurgeschiedenis. De schrijver lijkt hierbij inspiratie gevonden te hebben in als grondlegger van het magisch-realisme (1) in Vlaanderen. Zoals Daisne combineert Lampo de weergave van realiteit en fictie met als resultaat een nieuwe psychologisch samenhangende werkelijkheid. In tegenstelling tot Daisne echter, maakt Lampo hierbij ook gebruik van parapsychologische (2)Jungs archetypenleer. Zo o.a. verwijst in 'De komst van Joachim Stiller' (1960) het verschijnen van een raadselachtige verlossersfiguur naar het messias-archetype (3). Ook de Orfeusmythe (4) speelt een rol in verschillende verhalen en romans. Dit komt o.m. tot uiting in 'De goden moeten hun getal hebben' (1969). De schrijver verklaarde echter ooit zelf dat dit alles spontaan en intuïtief gebeurde: hij volgde gewoon zijn inspiratie en onderkende pas later de archetypische grondslagen van zijn werk.
Het latere werk van Lampo wordt gekenmerkt door meer en meer intriges en steeds diepere peilingen in het onbewuste van zijn personnages. Getuige hiervan is 'De heks en de archeoloog' uit 1967. Naast zijn romans schreef Hubert Lampo nog talrijke essays. Hij vertaalde ook uit vreemde talen, o.a. enkele romans van Françoise Sagan. Bovendien was hij ook nog gedurende 20 jaar redacteur kunst en letteren bij 'De Volksgazet' en werkte hij mee aan verschillende tijdschriften.
Naast talrijke andere prijzen, ontving de schrijver in 1963 de Driejaarlijkse Staatsprijs voor zijn roman 'De komst van Joachim Stiller'.
In 1983 kreeg hij de Prijs van de Vlaamse Provincies. In 1993 tenslotte ontving hij de Gouden Erepenning van de Vlaamse Raad. Zijn werk werd in verschillende talen vertaald en 'De madonna van Nedermünster', 'Kasper in de onderwereld' (= De goden moeten hun getal hebben) en 'De komst van Joachim Stiller' werden verfilmd.
Hubert Lampo overleed te Essen op 12 juli 2006.